Een aardje naar mijn vaartje

'Waarom ben je op de tribune gaan zitten?' vroeg één van de begeleidsters van het leiderschapsprogramma waar ik dit jaar aan deelneem. Een vraag die binnenkwam, een vraag die de ziel deed trillen. Een vraag die ik direct bevestigend kon beantwoorden. De tribune, die oh zo veilige plek van waaraf je je blik kunt laten schijnen op wat er zich daar beneden in de arena afspeelt. De metapositie waarin je op een afstand kijkt naar de totale omgeving inclusief jezelf en de ander(en). In die positie neem je waar buiten het gevoel van jezelf en de ander, wat vooral overzicht geeft. 'De onschendbaarheidsjas' noemt de haptonoom die ik met enige regelmaat bezoek, deze positie. 

Een plek die ik zo goed ken. Een plek ook die waardevol is in mijn werk. Daar waar je alles weet, lekker veilig, vanuit de ivoren toren. Een plek waar je het goed kunt doen, waar perfectie (bijna) binnen handbereik komt. Bijna, want perfectie bestaat niet. Een plek waar je niet om hulp hoeft te vragen, waar je je niet kwetsbaar hoeft op te stellen. Je hebt er (schijnbare) controle over wat er gebeuren gaat. Schijnbaar, want controle bestaat net zomin als perfectie. 

Kwetsbaarheid. Het woord is gevallen. Erover praten (voor mij) relatief eenvoudig, er kopje onder in gaan, zeker in een groep, betekent vaak letterlijk kopje onder gaan. Voor je gevoel. En als je het dan weer gedaan hebt, voel je je eigenlijk altijd beter. Opgelucht. Lichter. Verbonden. Zonder dat 'het is opgelost.' 

Vanaf mijn zesde werd ik door mijn vader meegenomen naar FC Utrecht. Ik weet nog goed welke wedstrijd mijn eerste was in de Galgenwaard. Dat was tegen Veendam, op 26 april 1987. FC Utrecht won met 7-1 en ik was meteen verkocht. We hebben er nog jaren en jaren gezeten samen, later vergezeld door mijn broer Tim. Als Statler en Waldorf uit de Muppetshow zaten we daar, op (licht) ironische wijze kritiek leverend op de prestaties van de FC. Want die lieten zeker vroeger nogal eens te wensen over. Het mocht de pret niet drukken. Ik mis die uitjes, zeker nu tijdens de Corona-crisis. 

Die positie op de tribune is me dus letterlijk en figuurlijk met de paplepel ingegoten. Ik ben (je) er dankbaar voor (pap), het heeft me veel gebracht. De liefde voor boeken, voor lezen, voor schrijven, voor het vergaren van kennis. Het heeft me gebracht dat ik veel weet, me op m'n gemak voel bij theorie. 

De andere kant van de medaille kan zijn dat ik niet-weten uitsluit, als het spannend wordt. 'Hoe meer ik weet, hoe minder ik begrijp,' hoor ik mezelf wel eens zeggen. Door niet-weten uit te sluiten, voorkom ik dat ik ergens onzeker over hoef te zijn. Met als resultaat dat ik, daar is 'ie weer, (schijnbare) controle heb over wat er te gebeuren staat. Dat ik macht heb over de situatie. Omdat onmacht iets is dat ik niet graag voel. Dat betekent namelijk dat ik 'er niets aan kan doen.' Terwijl ik dat eigenlijk zo graag wel zou willen. Het betekent ook dat ik niet laat zien wat ik voel. Door altijd sterk te willen zijn, of alles perfect te willen doen, is het minder makkelijk verbinding maken met je. Terwijl dat juist is wat ik niet wil. Want (h)echte, diepgaande verbinding maken met mensen, dat is de reden waarom ik dit werk ben gaan doen. Eén van de redenen waarom ik hier op aarde ben. 

'Oh ja, vertel eens meester Joris,' zegt Margo wel eens gekscherend tegen me. Per definitie op momenten dat ik op de tribune heb plaatsgenomen. Terwijl de tribune op die momenten vaak niet de plek is waar ik wil zijn. Het is in de arena waar het te doen is. De arena uit het citaat van Theodore Roosevelt, waar de koningin van de kwetsbaarheid, Brene Brown (wiens TED-talk je hier vindt; de meer uitgebreide versie kun je op Netflix vinden), over schrijft in haar 'Durf te leiden': 

‘Het is niet de criticus die ertoe doet; niet degene die ons erop wijst waarom de sterke man struikelt, of wat de man van de daad beter had kunnen doen. De eer komt toe aan de man die daadwerkelijk in de arena staat, wiens gezicht besmeurd is met stof, zweet en bloed; die zich kranig weert; die fouten maakt, die keer op keer tekortschiet… die, als het meezit, uiteindelijk de triomf van een grootse prestatie kent, en als het tegenzit, en hij faalt, in elk geval faalt terwijl hij grote moed heeft getoond.'

Kwetsbaar durven zijn, is moed tonen. 2021 zal voor mij nog meer in het teken gaan staan van het betreden van de arena. Ook al hoop ik dat ik ook snel weer met je op de tribune kan zitten bij FC Utrecht, lieve pap. 

Afdrukken E-mail

Synchroniciteit - een wegwijzer.

Synchroniciteit.jpg

Begin september was het zo ver, ik mocht weer terug 'naar de schoolbanken'. Eerder schreef ik al dat ik al enige tijd op zoek was naar verbreding van mijn werkzaamheden, nu zo'n twee jaar geleden. In de tussentijd zijn er wel wat initiatieven op mijn pad gekomen, maar zo snel als ze kwamen, gingen ze vaak ook weer voorbij. Geen ervan bleek de trein te zijn waar ik op wilde of kon springen. En die trein heb ik nu in leiderschapsprogramma Young CALL wel gevonden.  

Vroeger zou ik maar wat ongeduldig geworden zijn, zou ik geprobeerd hebben dat wat moet komen, zo snel mogelijk af te dwingen. Zou ik met man en macht proberen controle uit te oefenen op het te bewandelen pad. Meerdere jaren wachten op een volgende stap? Dat was aan de jonge Joris niet besteed. Inmiddels kan ik dat (gelukkig) wat meer loslaten. Geloof ik in synchroniciteit. Ooit bedacht door Carl Gustav Jung, in het licht gezet door Joseph Jaworski met zijn schitterende 'Synchroniciteit, de innerlijke weg naar leiderschap.' De letterlijke vertaling? 'De term synchroniciteit betekent zinvolle coïncidentie van uiterlijke en innerlijke gebeurtenissen die zelf niet causaal verbonden zijn.' Een hele mond vol. En we worden er nog niet heel veel wijzer van. Als ik dat in mijn eigen woorden zou vertalen, dan zou ik zeggen dat synchroniciteit zoveel wil zeggen als het verstaan van de tekens uit het universum die je de weg (kunnen) wijzen in het leven. 

Wat het misschien nog niet heel veel duidelijker maakt. Als ik het dan met mijn eigen persoonlijke verhaal zou moeten ondersteunen, kom ik bij het moment dat ik daadwerkelijk besloot te gaan voor het starten van mijn eigen coachingspraktijk. Of het moment dat ik zo diep in de put zat dat niks meer doen ook geen optie meer was. En toen waren daar ineens de tekens waar ik het zojuist over had. Een oude bekende die goed is met websites, die me daar wel mee wilde helpen. Een praktijkruimte aan mijn ouderlijk huis (waarvoor ik nog wel een tijd over een drempel van schaamte diende te gaan, want daar kwam ik weer aankloppen bij pap en mam, op mijn 32e...). Een tweetal cliënten die zich via via bij me meldden, die zich wilden laten begeleiden. Een coach die me onvoorwaardelijk steunde bij het volgen van mijn eigen pad. Toen waren er ineens geen redenen meer om het niet te doen. En ben ik het in het diepe gesprongen. Wat overigens niet het einde van de worsteling betekende, integendeel zelfs. Maar de eerste stappen waren gezet. 

Jaren later, en vele stappen verder op dat pad, vond ik mezelf terug bij Samaya, een werkelijk schitterend kloosterhotel in Werkhoven. Als deelnemer aan het leiderschapsprogramma Young CALL. Waar een artikel van Joseph Jaworski de inleiding vormde voor de derde dag van het programma. Een dag die gestart werd met het gedicht 'Vele wegen kent het leven', een gedicht wat een meer dan speciale plek in mijn leven inneemt, omdat het het gedicht was wat Margo en ik op het geboortekaartje van onze oudste dochter Fenna hebben laten drukken. Over synchroniciteit gesproken... Dat zit wel snor.

En zo start ik volgend jaar als één van de begeleiders van dit leiderschapsprogramma*. Dankbaar ben ik, voor deze kans. En voor het bestaan van synchroniciteit. Het wijst je de weg.   

* Mocht je meer informatie willen over dit programma, voel je vrij om uit te reiken. 

Afdrukken E-mail

Een pleidooi voor papier

Nederlanders lezen steeds minder. Een bericht uit de media wat me aan het hart gaat, zo weten de mensen die mij een beetje kennen. Tot vervelens aan toe geef ik vrienden (zelfs vandaag nog) als cadeau een boek, ook al weet ik dat de kans miniem is dat het gelezen gaat worden. En mijn cliënten weten dat mijn zorgvuldig opgebouwde bibliotheek mijn heiligdom is. Ik vergeet niet gauw aan wie ik een boek heb uitgeleend. Het is me evenveel waard als de administratie, getuige het feit dat ik vier keer per jaar een heuse 'boeken terughaalactie' opstart, precies net zo vaak als ik aandacht besteed aan mijn administratie. 
 
Lezen, het is me met de paplepel ingegoten. Ik weet nog goed dat onze moeder ons trouw iedere avond voorlas. Pinkeltje, Snelle Jelle, de Kameleon en wat al niet meer. Ik ben mijn ouders dan ook nog steeds dankbaar voor mijn liefde voor het lezen. Een liefde die ik op mijn beurt probeer door te geven aan mijn eigen kinderen. Pluk van de Petteflet, Otje, Bobbie de Beer, Kikker en Pad, en de Gorgels, het zijn zomaar wat titels die nu de klok slaan, iedere avond weer. Eentje voor Fenna, eentje voor Indy. Lezen zorgt voor verbondenheid, voor (h)echt contact. Het medicijn tegen eenzaamheid. Een thematiek waar nogal wat cliënten uit mijn praktijk mee stoeien. Zeker nu, in deze tijd.  
 
Het lezen van boeken stimuleert ook de verwondering. Als kind verwonderen we ons voortdurend, maar naarmate we ouder worden, komt deze meest bevlogen aller emoties vaak onder een steeds dikkere laag stof te liggen. Dat is spijtig. Het is immers de bron van inspiratie en creativiteit, en doet daarnaast nog veel meer. Het leidt tot minder materialisme, minder haast, meer behulpzaamheid en meer bescheidenheid. Bovendien verandert het ons perspectief op tijd, het geeft ons het gevoel dat we er heel veel van hebben. En tenslotte is ook wetenschappelijk bewezen dat verwondering leidt tot meer geluk. Verwonder jezelf dus (door te lezen)!
 
Een andere, vaak terugkerende thematiek in mijn coachingspraktijk, is (het herstellen van) de hoofd-hart verbinding. Veel cliënten zijn (extreem) goed met de ratio, en verwaarlozen daardoor (onbewust en ongewild) het gevoel. Hoofdbewoners, of wandelende hoofden. It takes one to know one, ik deed nog niet zo lang geleden ook alles op de automatische piloot, met het hoofd. Eén van de manieren om het gevoel meer te prikkelen, is het lezen van boeken. Je verplaatsen in de belevingswereld van een ander, je verliezen in het omslaan van de pagina's, je laten meeslepen door dramatische ontwikkelingen, het zet het hoofd uit (voor zo ver dat kan natuurlijk). Literatuur raakt de mens. Een uitkomst voor mensen die het lastig vinden zichzelf te laten raken. Lees dan wel een roman, of fictie, en niet (alleen) managementliteratuur of non-fictie, want dat stimuleert het hoofd juist (niet dat dat slecht is overigens, sterker nog, het veelvuldig lezen van managementliteratuur zorgt voor (schijn)zekerheid in de zin dat men zou kunnen denken: 'hoe meer ik lees, hoe meer ik weet, hoe minder onzeker ik hoef te zijn;' nogmaals, it takes one to know one...).
 
En zo zou ik nog wel even door kunnen gaan met het benoemen van positieve gevolgen van lezen, maar ik ben me bewust van het feit dat we in een tijd leven waarin al te grote artikelen niet meer gewaardeerd en dus gelezen worden. Een tijd waarin we boven een artikel aangeven wat de leestijd ervan is. Een tijd die ik ongetwijfeld ruimschoots overschreden heb. En ik lezen dus weer ongewild vermoeiend gemaakt heb en daarmee het tegenovergestelde van mijn intentie bereikt heb...;-)  
 
PS: mocht iemand aan mijn 'boeken terughaalacties' ontsnapt zijn en dit stuk lezen, en ook nog eens een boek van me hebben, voel je vrij het boek alsnog naar me terug te sturen :-)

Afdrukken E-mail

Joris GroenendijkJoris Groenendijk

Bezoekadres:

Provincialeweg 24
3981 AP Bunnik

joris@ruimtevoormeer.nl
06-12 60 18 19

nieuwsbriefOp de hoogte blijven?

Schrijf je hier in voor de Hersenspinsels van Ruimte voor Meer!

Naam *
Voer naam in
E-mail *
Voer e-mailadres in.